Bos van der Burg Advocaten Zoetermeer

Dringende reden ontslag, niet verwijtbaar werkloos

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in zijn uitspraak van 19 maart 2014 dat aan de ontslagname van appellant een dringende reden ten grondslag heeft gelegen zodat appellant niet verwijtbaar werkloos is geworden.

Op 7 maart 2011 heeft appellant zijn werkgever mondeling meegedeeld dat hij per direct ontslag nam omdat de werkgever vanaf juni 2010 het loon te laat en niet volledig betaalde, waardoor hij in de financiële problemen raakte. Het Uwv heeft vastgesteld dat appellant met ingang van 7 maart 2011 recht heeft op een WW-uitkering, maar dat deze uitkering niet tot uitbetaling komt omdat appellant verwijtbaar werkloos is geworden.

In het arbeidsovereenkomstenrecht geldt dat omstandigheden van zodanige aard dat van de werknemer redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, hem de mogelijkheid bieden om die arbeidsovereenkomst rechtsgeldig met onmiddellijke ingang op grond van een dringende reden te beëindigen. De wetgever heeft in artikel 7:679, tweede lid, aanhef en onder c, van het BW neergelegd dat de omstandigheid dat de werkgever het loon niet op de daarvoor bepaalde tijd voldoet voor de werknemer een dringende reden kan zijn voor een onmiddellijke opzegging van het dienstverband. Niet als voorwaarde voor een rechtsgeldige ontslagname met onmiddellijke ingang is gesteld dat de werknemer de werkgever schriftelijk tot tijdige of volledige betaling van het loon heeft gemaand. Bij de beoordeling of van een dringende reden sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval worden betrokken. Indien met meeneming van alle omstandigheden in het geval van appellant wordt geoordeeld dat aan zijn ontslagname een dringende reden ten grondslag heeft gelegen, is daarmee gegeven dat aan de voortzetting van de arbeidsovereenkomst zodanige bezwaren waren verbonden dat deze voortzetting redelijkerwijs niet kon worden gevergd.

Alles bijeen genomen is de conclusie dat aan de ontslagname van appellant een dringende reden ten grondslag heeft gelegen. Dit brengt mee dat appellant niet verwijtbaar werkloos is geworden. Het Uwv heeft ten onrechte de maatregel opgelegd van blijvende gehele weigering van WW-uitkering aan appellant.

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.

Dit is een nieuwsbericht op basis van de genoemde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Bij verschil tussen dit nieuwsbericht en de volledige uitspraak is laatstgenoemde beslissend.

Uitspraken: ECLI:NL:CRVB:2014:895
Bron: Rechtspraak.nl

BOS VAN DER BURG serves a wide range of commercial clients, from the small and medium-size enterprise sector to listed funds, as well as non-profits, institutions and governments. BOS VAN DER BURG also provides legal advice to private individuals and acts as counsel in court proceedings.

BOS VAN DER BURG takes a full-service, proactive approach to the work we do for our clients, focusing on solutions and getting things done quickly. Our firm is characterised by short communication lines and high-quality service, all at competitive rates that we explain to our clients in advance. With our firm, you always know where you stand.

Bos van der Burg is member of Pragma International, a worldwide netwerk of law and consulting firms. 

Published by