Bos van der Burg Advocaten Zoetermeer

Bewijs bij ontslag

17 juli 2018

De Hoge Raad heeft in zijn uitspraak van 29 juni 2018 beslist dat een werknemer de gelegenheid moet krijgen om bewijs te leveren met betrekking tot zijn functioneren en met betrekking tot organisatorische problemen bij werkgever. Het voor werkgevers toch al lastige ontslag wegens disfunctioneren, zal daar niet eenvoudiger door worden. 

Hoe zat het met het bewijs in ontslagprocedures vóór 1 juli 2015? 

Vóór de invoering van de WWZ per 1 juli 2015 was de procedure tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst een eenvoudige en op een spoedige beslissing gerichte procedure. Dat was de reden om in die procedures het normale bewijsrecht niet toe te passen, en dus werd het ook zelden of nooit toegestaan om getuigen te horen in een ontbindingsprocedure. De rechter nam genoegen met wat aannemelijk werd gemaakt. Die situatie was onbevredigend, temeer omdat er toen ook geen hoger beroep mogelijk was. 

WWZ per 1 juli 2015: hoger beroep mogelijk bij ontbinding 

Met de invoering van de WWZ per 1 juli 2015 is de mogelijkheid van hoger beroep voor de ontbindingsprocedure ingevoerd, maar de vraag of het bewijsrecht ook volledig van toepassing zou zijn werd bij de totstandkoming van de WWZ nog in het midden gelaten. De Minister was van mening dat in bijzondere omstandigheden de rechter het bewijsrecht volledig kan toepassen. 

De rechtspraak sinds 1 juli 2015: Mediant-beschikking 

De Hoge Raad oordeelde (in de Mediant-beschikking) voor het eerst over de toepasselijkheid van het bewijsrecht op de procedure tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst (onder de WWZ). De Hoge Raad oordeelde dat het gewone procesrechtelijke uitgangspunt geldt, dat de wettelijke bewijsregels van toepassing zijn, tenzij de aard van de zaak zich hiertegen verzet. De redenen die vóór 1 juli 2015 bestonden om het bewijsrecht niet toe te passen (nl. een spoedige beslissing omtrent het einde van de arbeidsovereenkomst) gelden niet onverkort meer, omdat nu ook hoger beroep mogelijk is in ontbindingsprocedures. 

Wat betekent dit voor een verzoek tot ontbinding wegens niet goed functioneren? 

Het mag duidelijk zijn dat de vraag of de werknemer zijn werk niet naar behoren uitvoert, veel conflictstof oplevert. Dit roept uiteraard de vraag op hoe ver de verplichting van de werkgever reikt, om in de procedure tot ontbinding ook daadwerkelijk te bewijzen dat een werknemer zijn werk niet naar behoren uitvoert. De Hoge Raad overwoog (in de Decor-beschikking) dat het niet nodig is dat de te bewijzen feiten en omstandigheden onomstotelijke komen vast te staan, maar dat voldoende is als deze aannemelijk worden gemaakt. Bovendien overwoog de Hoge Raad, onder verwijzing naar de wetsgeschiedenis WWZ, dat de werkgever ook een zekere beoordelingsruimte heeft om te bepalen of de werknemer wel of niet naar behoren functioneert. 

Werknemer mag tegenbewijs leveren bij verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst 

In deze zaak (Hoge Raad 29 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:1045) oordeelde de Hoge Raad over een zaak waar ook het niet goed functioneren van de werknemer ten grondslag was gelegd aan het ontbindingsverzoek van de werkgever. De klachten van de werkgever betroffen niet zozeer de vaktechnische kwaliteiten van de werknemer, maar vooral haar vermogen om samen te werken met collega’s. De werknemer heeft in de procedure verweer gevoerd en gesteld dat de samenwerkingsproblemen die zich voordoen, niet door haar veroorzaakt zijn, maar het gevolg zijn van organisatorische problemen bij werkgever, waaronder ook een hoge werkdruk. Werknemer heeft verklaringen overgelegd die haar standpunt ondersteunen en ook bewijs aangeboden door het horen van getuigen. In deze beschikking heeft de Hoge Raad nu overwogen en beslist dat werknemer toegelaten dient te worden tot het door haar aangeboden bewijs. 

Dit is voor werknemers goed nieuws. Ook als dat gaat om zaken waar een werkgever een zekere beoordelingsruimte heeft, is niet uitgesloten dat met (getuigen)bewijs toch succesvol verweer gevoerd kan worden. Voor werkgevers is er reden om hun (bewijs)positie goed te verkennen, en bij twijfel te kiezen voor een wat langer voortraject. De advocaten van Bos Van der Burg advocaten adviseren u hierover graag. 

Deze blog is geschreven door mr. Olf Praamstra. Hij staat zowel werkgevers als werknemers bij in ontslagprocedures. Heeft u vragen over ontslag of ontbinding van de arbeidsovereenkomst, neem dan contact op via 079-3203366.

Bos van der Burg Advocaten is een full-service advocatenkantoor, gevestigd in Zoetermeer. Wij bedienen het bedrijfsleven: van midden- en kleinbedrijf tot beursgenoteerde fondsen. Daarnaast adviseren wij ook particulieren en overheden.

De aanpak van onze advocaten kenmerkt zich door onze snelheid van handelen, korte lijnen en hoogwaardige kwaliteit, tegen een vooraf duidelijk én concurrerend tarief. Zo weet u waar u aan toe bent.

Bos van der Burg is samenwerkend partner van TLN en FME.