Bos van der Burg Advocaten Zoetermeer

Vordering tot opheffing dwangsom: nakoming onmogelijk?

4 maart 2015

Indien de Rechtbank een veroordeling uitspreekt, kan zij daarbij bepalen dat er een dwangsom wordt opgelegd, als ‘stok achter de deur’ om aan de veroordeling te voldoen. Voldoe je niet aan de veroordeling, dan moet er een dwangsom worden betaald. Als nakoming van de veroordeling geheel of gedeeltelijk onmogelijk is, kan de overtreder op grond van artikel 611d Rechtsvordering aan de rechter het verzoek doen om de dwangsom op te heffen, de looptijd ervan op te schorten of de hoogte van de dwangsom te verminderen.

De Hoge Raad oordeelde 20 februari 2015 over het terugdraaien van een dergelijke dwangsom bij onmogelijkheid om aan de hoofdveroordeling te voldoen. In deze zaak heeft de overtreder een zwembad geplaatst op zijn oprit. Voor het ondersteunen van dit zwembad is er een betonnen fundering aangebracht onder het huis van de buurman. De buurman heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Het leggen van de fundering en het bouwen tegen de muur van de buurman is onrechtmatig geoordeeld door de Rechtbank. De overtreder is door de Rechtbank veroordeeld tot het herstellen van zowel de fundering als verwijdering van alle materialen aangebracht aan de muur van de buurman, zonder de muur te beschadigen. Dit op laste van een flinke dwangsom: € 5.000 per dag dat de overtreder niet aan de veroordeling zou voldoen.

De overtreder is in hoger beroep gegaan, met als verweer dat het herstel van de fundering zonder de muur te beschadigen onmogelijk zou zijn. Als bewijs heeft hij een deskundigenrapport met drie herstelmogelijkheden voorgelegd. Alle drie de mogelijkheden werden beoordeeld als ‘zeer lastig’. De eerste twee zouden onmogelijk zijn zonder eventuele beschadiging van de muur. Ook de derde optie was naar mening van de deskundige lastig en in verhouding erg duur. Daarbij werd het beton dan niet vervangen door de oorspronkelijke fundering, maar door een stalen fundering. Hierdoor was er volgens overtreder geen sprake van herstel naar de oude toestand, waaruit hij concludeerde dat herstel onmogelijk was.

Het Hof heeft vervolgens geoordeeld dat het terugbrengen naar de ‘oude toestand’ niet te letterlijk mag worden genomen en dat vervanging door een stalen fundering dus een mogelijkheid is. Bovendien zijn de hoge kosten volgens het Hof geen argument om te oordelen dat herstel onmogelijk is. Ten slotte zijn de onmogelijkheid van het herstel en eventuele verbetering door de betonnen fundering beide te weinig onderbouwd. Het Hof heeft dan ook geconcludeerd dat er geen sprake is van onmogelijkheid en wijst de vordering op de dwangsom op te heffen dan ook af.

De Hoge Raad bevestigt in zijn arrest van 20 februari 2015 de uitspraak van het Hof. De Hoge Raad neemt als uitgangspunt dat van onmogelijkheid om aan de hoofdveroordeling te voldoen pas sprake is indien zich een situatie voordoet waarin de dwangsom als dwangmiddel – dat wil zeggen: als geldelijke prikkel om nakoming van de veroordeling zoveel mogelijk te verzekeren – zijn zin verliest. Dit laatste moet worden aangenomen in een geval waarin niet tijdig aan de hoofdveroordeling is voldaan, indien het onredelijk zou zijn om meer inspanning en zorgvuldigheid te vergen dan de overtreder heeft betracht.

De overtreder klaagt bij de Hoge Raad over het feit dat het Hof zelf opties heeft ingebracht ter vervanging van de betonnen fundering. Dit zou in strijd zijn met de lijdelijkheid van de rechter. De Hoge Raad oordeelt dat de door het Hof besproken optie staat aangegeven in het deskundigenrapport, en wijst deze klacht van de hand. De overtreder stelt daarnaast dat het onredelijk zou zijn om meer inspanning en zorgvuldigheid te vergen dan de hij heeft betracht. Hij heeft immers alles geprobeerd. De Hoge Raad oordeelt hier dat het Hof voldoende onderzoek gedaan heeft naar de vraag of het onredelijk zou zijn meer inspanning te vragen. Daarbij hebben zij de mogelijkheden betrokken waarover de overtreder beschikte. Het arrest van het Hof blijft dus in stand.

Zie hier de uitspraak

Bos van der Burg Advocaten is een full-service advocatenkantoor, gevestigd in Zoetermeer. Wij bedienen het bedrijfsleven: van midden- en kleinbedrijf tot beursgenoteerde fondsen. Daarnaast adviseren wij ook particulieren en overheden.

De aanpak van onze advocaten kenmerkt zich door onze snelheid van handelen, korte lijnen en hoogwaardige kwaliteit, tegen een vooraf duidelijk én concurrerend tarief. Zo weet u waar u aan toe bent.

Bos van der Burg is samenwerkend partner van TLN en FME en lid van het internationale (advocaten)netwerk Pragma International.

Gepubliceerd door

Leonie Bettonvil

Advocaat