Kinderen en ouder met dagelijkse zorg blijven in huurwoning

Na de echtscheiding wonen man, vrouw en kinderen zes jaar lang als huisgenoten. De vrouw wil niet meer samenwonen en vordert beëindiging van de samenhuur. Nu de vrouw niet meer met de man in een woning wil verblijven, heeft zij een spoedeisend belang. De man werkt fulltime, de vrouw niet. Zij heeft de (grootste) dagelijkse zorg over de kinderen en mag daarom voorlopig in de huurwoning blijven.

Feiten

De man en de vrouw zijn met elkaar gehuwd geweest. Na de echtscheiding kregen zij wederom een affectieve relatie, die later eindigde. De man, de vrouw en hun kinderen (8, 15 en 19 jaar) zijn toen huisgenoten gebleven.

De man werkt fulltime en betaalt de huur. De vrouw kan haar werk zelf inplannen en heeft de (grootste) dagelijkse zorg over de kinderen.

Na zes jaar ongehuwd samenleven wil de vrouw de samenhuur beëindigen. Zij stelt dat er spanningen zijn, dat de man haar in bijzijn van hun kinderen kleineert en dat zij door zijn familie onder druk wordt gezet.

Vordering

De vrouw vordert in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad op de minuut, dat de man de huurwoning binnen zeven dagen verlaat, desnoods met de sterke arm, op straffe van een dwangsom, met een veroordeling in de proceskosten. De man stelt geen tegenvordering in.

Spoedeisend belang

Zodra iemand niet meer met de ander in een (huur)woning wil verblijven, hebben zij belang bij een rechterlijke beslissing op een zo kort mogelijke termijn. Partijen zijn niet meer gehuwd. Zij kunnen dus geen voorlopige voorziening bij de familierechter vragen. Een bodemprocedure kan meer dan een jaar duren. De vrouw stelt dat de situatie onhoudbaar is. Zij kan daarom niet zo lang wachten en heeft dus een spoedeisend belang.

Belangenafweging zonder eis in reconventie

Niet in geschil is dat zowel de man als de vrouw medehuurder zijn, waardoor beiden in beginsel gerechtigd zijn tot het gebruik van de huurwoning. Nu de vrouw het alleenrecht over de woning wil, omdat de situatie onhoudbaar zou zijn, en de man stelt dat zij voorlopig kunnen samenleven, komt de voorzieningenrechter toe aan een belangenafweging.

Ook als partijen al zes jaar als huisgenoten samenleven, mag een van hen op een dag besluiten dit niet meer te willen. De samenhuur zal dan op korte termijn moeten eindigen. Vanwege de voorliggende vordering (van de vrouw) moet worden beoordeeld of de man zijn gebruiksrecht van de woning voorlopig kan worden ontzegd. De man heeft geen tegenvordering ingesteld. Hij kan in de bodemprocedure alsnog het exclusieve gebruiksrecht vorderen. De vordering van de vrouw ligt daarentegen dus voor toewijzing gereed en wordt daarom ook toegewezen.

Obiter dictum

Ten overvloede oordeelt de voorzieningenrechter dat ook als de man een tegenvordering had ingesteld, de vordering van de vrouw na een belangenafweging zou worden toegewezen. Uitgangspunt is dat de kinderen in ieder geval voorlopig in de woning blijven wonen. Als beide ouders het exclusieve gebruik zouden hebben gevorderd, dan zou de ouder die de (grootste) dagelijkse zorg voor de kinderen heeft het exclusieve gebruik voorlopig toegewezen krijgen.

De man werkt fulltime. De vrouw kan haar werk zelf inplannen, tijdens de schooltijden van de jongste kinderen (8 en 15 jaar). De vrouw kookt, wast de kleren en helpt de kinderen bij het huiswerk. Hoewel aannemelijk is dat de man ook voor de kinderen zorgt, heeft de vrouw het grootste aandeel in de dagelijkse zorg. Van belang is dat de dagelijkse zorg voor het jongste kind voorlopig kan worden voortgezet.

De vrouw kan de huur en de vaste lasten betalen. Irrelevant is dat de oudste zoon (19 jaar) de lasten feitelijk (mede) zou dragen.

De man heeft voldoende inkomsten voor het huren van andere woonruimte. Zijn emotionele band met (de buurt en) de woning en de door hem gedane investeringen daarin zijn in kort geding irrelevant, omdat pas in de bodemprocedure definitief wordt beslist.

Toewijzing vorderingen

De gevorderde termijn voor tenuitvoerlegging van zeven dagen wordt te kort geacht en wordt redelijkerwijs op veertien dagen gesteld.

Het vonnis wordt niet op de minuut uitvoerbaar bij voorraad verklaard, maar (krachtens artikel 290 lid 3 Rv) uitvoerbaar op de grosse.

De gevorderde machtiging om tenuitvoerlegging met de sterke arm te bewerkstelligen wordt afgewezen, omdat de deurwaarder zo nodig gerechtigd is hulp in te schakelen bij een ontruiming. De dwangsom wordt daarom ook afgewezen.

Omdat de man en de vrouw een affectieve relatie hadden, worden de proceskosten ex artikel 237 lid 1 Rv gecompenseerd.

Uitspraak

De voorzieningenrechter bepaalt dat de man de woning binnen veertien dagen moet verlaten en niet meer mag betreden zonder toestemming van de vrouw.

Rechtbank Den Haag 17 januari 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:389 (publicatiedatum: 25 januari 2022)

Dit bericht is eerder verschenen in Sdu OpMaat Huurrecht+.